Longen

Diagnose

Bij verdenking op longkanker wordt als eerste stap een radiografie genomen. Op de radiografie kan men meestal duidelijk het kankerweefsel zien. Bij twijfel (in vroege stadia) kan een CT scan een beter beeld opleveren.

Andere beeldvormende testen (MRI scan, PET scan, botscan) kunnen gebruikt worden om de ernst van de situatie en de uitzaaiingen in te schatten.

Sputumonderzoek (onderzoek van het opgehoeste slijm) kan soms de aanwezigheid van longkankercellen aantonen.

Een longbiopsie is het wegnemen van een weefselstaal uit de longen. Verschillende manieren zijn beschikbaar en de gebruikte techniek zal afhankelijk zijn van de eigenschappen en de locatie van de tumor. Men kan het weefselstaal nemen door middel van een bronchoscopie (een flexibele buis via de mond in de luchtpijp), een naald tussen de ribben tot in de longen (onder begeleiding van radiografie of CT scan) of via een incisie in de nek.

Indien nodig kunnen ook biopsies genomen worden van lymfeknopen en uitzaaiingen in andere organen.

Met microscopisch onderzoek kan men het type van de tumor bepalen.

Stagering niet-kleincellig carcinoom

Na het stellen van de diagnose zal men de longkanker indelen in een van de vier stadia. De indeling is van belang voor de behandeling en de prognose.

  • Stadium I
    De kanker is nog klein (meestal <5cm) en zit enkel in de long en is nog niet uitgezaaid naar de lymfeknopen. Men maakt een onderscheid tussen stadium IA (<3cm) en stadium IB (<5cm).
  • Stadium II
    IIA: De kanker is 5 tot 7 centimeter zonder uitzaaiingen naar de nabijgelegen lymfeknopen van de long of de kanker is kleiner dan 5cm maar uitgezaaid naar de nabijgelegen lymfeknopen en heeft zich verspreid naar de nabijgelegen lymfeknopen.
    IIB is een longtumor van 5 tot 7cm met uitzaaiingen naar de nabijgelegen lymfeknopen of de kanker is groter dan 7cm en gegroeid in aangrenzende structuren zoals de borstkaswand, het middenrif of het longvlies of er is meer dan 1 tumor in dezelfde longlob aanwezig zonder uitzaaiingen.
  • Stadium III
    IIIA: de tumor is kleiner dan 7cm en uitgezaaid naar de verder gelegen lymfeknopen in de borstkas of ingegroeid in andere structuren of hij is groter dan 7cm en uitgezaaid naar nabijgelegen lymfeknopen.
    IIIB: uitzaaiing naar lymfeknopen van de andere kant van de borstkas of uitzaaiingen naar de lymfeknopen in het mediastinum en ingroei in nabijgelegeven structuren.
  • Stadium IV
    De kanker is uitgezaaid naar de andere long of naar andere organen.

Stagering kleincellig carcinoom

Bij kleincellige longtumoren maakt men een onderscheid tussen gelimiteerd tot 1 long of uitgebreid (naar de andere long of andere organen).